Selecteer een pagina

We verbleven medio april een weekend op Texel zoals we wel vaker doen. Nadat we in Oudeschild een bezoekje hadden gebracht aan de Zwarte zeekoet die daar al maanden in de haven zwom, liepen we ten noorden van het dorpje De Waal over de dijk met de vrolijke naam De Staart. Langs het hier stromende riviertje de Rommelpot hadden we net een zwarte ruiter gespot toen we in de verte iets wits zagen lopen.

Kniediep in het water, de oevers van de Rommelpot volgend, kwam ons al vissend een witte bijna één meter grote steltloper tegemoet; onmiskenbaar een Lepelaar (Eurasian spoonbill, Spatule blanche (Fr), Platalea leucorodia). Met grote halen van links naar rechts en weer terug zeefde de lepelaar met zijn platte snaveluiteinde het wateroppervlak voor zich. Af en toe gooide hij zijn hoofd achterover om een zo gevangen garnaal achter in zijn keel te laten glijden. Al vissend naderde de lepelaar ons snel. Nooit eerder zag ik er één van zo dichtbij. Zijn gracieuze witte verschijning met zijn fraaie kuif, oranje-geel gekleurde keel en stevige donkere poten maakten indruk. Veel meer een ‘Spatule blanche’ dan een Lepelaar. Anders dan de frêle tengere verschijning van een Grote zilverreiger oogde deze Spatule blanche naast gracieus ook heel krachtig.

Geconcentreerd vissend bleef de Lepelaar alsmaar dichterbij komen tot hij op twee meter afstand even opkeek, ons opmerkte en stil bleef staan. Onwillekeurig maakte ik me klein en hield mijn adem in. Zittend bevond ik me op lepelaar-ooghoogte. Ik zag de afzonderlijke veren van zijn kuif zachtjes bewegen in de wind en verwonderde me over de grootte, vorm en strepenpatroon van zijn bizar gevormde maar o zo effectieve snavel. Als van gepolijst carbon leek deze zwart glimmende ‘Spatule’ aan zijn witgekuifde kop geplakt. Wat een ontmoeting! De lepelaar keek me met zijn rode ogen onderzoekend aan. Enkele tellen waren we beiden roerloos; een magisch moment, zó dichtbij. Toen draaide hij geruisloos van me weg, was met enkele vleugelslagen verdwenen en de magie verbroken.

De lepelaar is een Europese maar eigenlijk veel meer Aziatische ibisachtige. De totale wereldpopulatie wordt op meer dan 100.000 exemplaren geschat waarvan 10% in Europa leeft en 90% in Azië en India. Het vergaat de lepelaar goed in Nederland. De Nederlandse populatie telt nu meer dan 3000 exemplaren! Nederlandse lepelaars trekken veelal weg en overwinteren met hun andere Europese soortgenoten in de wadden van Banc d’Arguin in Mauritanië en keren in maart weer terug.