Selecteer een pagina

De komst van de eerste sneeuwgorzen vroeg in het voorjaar, wanneer Groenlands’ arctische toendra nog onder een dikke deken van sneeuw schuilgaat, kondigt het einde aan van de lange, koude en donkere winter. Het is een moment waar de Inuit naar uitkijken zo schrijft Niko Tinbergen in mei 1934 in “De Levende Natuur”, onder redactie van Jac. P. Thijsse. Tinbergen verbleef aan de oostkust van Groenland als deelnemer aan de Nederlandse poolexpeditie in het kader van het Internationale Pooljaar 1932-33. Een heel jaar woonde hij in de nabijheid van de Inuit in Angmagssalik om het broedgedrag van o.a. Sneeuwgorzen (Snow bunting, Plectrophenax nivalis) te bestuderen. In “De levende Natuur” beschrijft Tinbergen hoe in april 1933 de eerste sneeuwgorzen arriveerden en zonder uitzondering mannetjes in winterkleed bleken, welke na aankomst al snel van verenpak wisselden naar hun mooie zwart-witte zomerkleed. De mannetjes verschijnen zo vroeg in het voorjaar, zo ontdekte Tinbergen, om de beste broedplekken in de schaarse rotsen te bemachtigen. De vrouwtjes arriveren 4-6 weken later wanneer de sneeuw aan het wegsmelten is en het broedseizoen echt kan beginnen.

Niko Tinbergen (1907-1988), een geboren Hagenaar en bioloog wiens kracht lag in het observeren, analyseren en beschrijven van het gedrag van dieren, werd in 1947 hoogleraar Experimentele Zoölogie aan de Leidse Universiteit. Vanaf 1950 woonde en werkte hij als hoogleraar aan de Universiteit van Oxford (UK). Hij is medegrondlegger van de gedragsbiologie en auteur van vele artikelen en boeken waaronder het heruitgegeven “Eskimoland” (2017) over zijn ervaringen in Groenland en bijvoorbeeld “The study of Instinct” (1951). Hij ontving voor zijn bijdrage aan de gedragsbiologie de Nobelprijs voor de Fysiologie en Geneeskunde in 1973. Eén van de bevindingen van zijn werk is dat veel gedrag niet aangeleerd is in het leven maar door de eeuwen heen door evolutie is gevormd en genetisch is vastgelegd.

Dezelfde sneeuwgorzen die broeden in Groenland brengen de winter onder andere door in Nederland. Vaak worden ze hier gezien langs de kust en op de Waddeneilanden. Nadat eind oktober een sneeuwgors kort de Driemanspolder bij Zoetermeer aandeed, zag ik er dit weekend hier weer één. Sneeuwgorzen zijn doorgaans erg tam en ook dit vrouwtje liep als het ware over mijn schoenpunten, zo onverstoorbaar, op zoek naar zaden en insecten in het gras en langs de waterkant. Bijzonder is het te realiseren dat dit vrouwtje Sneeuwgors dat nu kort in de Driemanspolder op krachten komt, over enkele dagen door evolutionaire krachten gedreven duizenden kilometers noordwestwaarts zal vliegen omdat iets in haar weet dat ze daar moet broeden. Mogelijk is ze op weg naar de Groenlandse oostkust naar een daar al weken wachtend mannetje, om zo samen de lente aan te kondigen!

NB. De laatste foto betreft de sneeuwgors van oktober.