Selecteer een pagina

Het vliegveld Keflavik bij Reykjavik is klein en overzichtelijk. Na de lange rijen op Schiphol is na 3 uur vliegen de leegte hier op IJsland een verademing. Vanuit het vliegtuig staan we hierdoor in no-time naast onze huurauto. “Kijk uit voor de overstekende schapen op de snelweg!”, drukte de baliemedewerkster van de verhuurmaatschappij ons nog op het hart. Zo rijden we op een vroege juni-ochtend nog wat onwennig het vulkanische schiereiland Reykjanes op, ten zuiden van Reykjavik, richting de vuurtoren van Garður. Tijdens het korte ritje naar de kust vallen al direct de kleine jagers en regenwulpen op. Maar de allereerste vogels die we in het groene toendralandschap echt mooi kunnen bekijken zijn de parmantig rondstappende Goudplevieren (European golden-plover, Pluvialis apricaria) in hun mooie zomerkleed met gouden mantel, zwarte buik en witte bies. En zo lig ik al snel, amper een kwartier op weg, languit in het gras om op grasspriethoogte 2 goudplevieren te fotograferen op een veldje bij de haven van Reykjanesbaer. Er is maar weinig licht, het is vroeg en bewolkt, winderig en best fris. Maar tegelijk is het ook fijn om de zilte oceaanlucht op te snuiven die vanuit het haventje over ons heen waait. De plevieren werken nog niet echt mee, ze zijn schuw en houden graag wat afstand.

Behalve door hun gracieuze goud-zwart-witte zomerkleed vallen de Goudplevieren ook op door hun grote ogen. Deze zijn relatief gezien 2-3 keer zo groot in vergelijking met die van andere steltlopers. Grote ogen zijn gevoeliger voor licht (Martin GR. et al.: Proceedings of the Royal Society of Biology (2009) 276, 437–445). Het evolutionaire voordeel van meer lichtgevoelige ogen ligt in het hierdoor voedsel kunnen zoeken gedurende de nacht. Dit is niet zozeer een voordeel tijdens het broedseizoen hier op IJsland, het is hier immers 24 uur per dag licht in juni. Nee, juist tijdens de andere 9 maanden van het jaar in zuidelijker streken, zijn de lichtgevoelige ogen een voordeel wanneer goudplevieren naast overdag ook in de avondschemering, ’s nachts en ’s ochtends vroeg op zicht kunnen foerageren tijdens, voor en na de lange winternachten op bijvoorbeeld de Nederlandse Wadden. Naast de bijzondere lichtgevoeligheid zorgt de stand van de ogen aan de zijkant van de kop ervoor dat Goudplevieren tijdens het voedsel zoeken tot bijna geheel achter zich kunnen kijken (het gezichtsveld is 340° waarvan 15°, rond de snavel, binoculair (NB. Ons gezichtsveld is slechts 140°)). Hierdoor kunnen de goudplevieren tijdens het foerageren roofvogels die hun van achteren benaderen zonder op of om te kijken, opmerken.

Voor nu genieten we van de Goudplevieren hier op IJsland, net zoals de IJslanders dit zelf doen. De aankomst van de eerste goudplevieren eind maart is naar IJslandse folklore een teken dat de lente in aantocht is. Iets waar de IJslanders na hun koude maar vooral donkere winter hier zo dicht tegen de poolcirkel, erg naar uitkijken. Ieder jaar wordt de komst van de goudplevieren dan ook breed uitgemeten in het nieuws in de lokale kranten en op tv.
NB. De eerste foto toont de noordkust van Snaefelssnes kijkend richting Stykkisholmur waar een aantal van de foto’s genomen zijn.