Selecteer een pagina

Het is een heerlijke zomer met tijd en ruimte om er op uit te gaan. Dit weekend genoten we van de zon en de vergezichten over de prachtige Zuid-Limburgse heuvels, wandelend vlak bij het Drielandenpunt. Dit is puur jeugdsentiment, ik kom hier in het land van de beekjes de Geul en de Gulp, met tussenpozen, al meer dan 50 jaar. Het was warm en bijna windstil. De landerijen lagen er droog bij, de lucht trilde boven de velden, we ontmoetten slechts een enkeling. Een eenzame buizerd schroefde moeiteloos hemelwaarts meeliftend op de opstijgende warme lucht. Een rode wouw liet zich even zien, maar veel meer vogels zagen we eigenlijk niet, daar was het misschien zo midden op de dag te warm en loom voor.

Tot, tijdens een drinkpauze in een schaduwrijke bosrand uitkijkend op de wijngaarden van Domein Holset, we plots het silhouet zagen van de licht gehaakte snavel van een klauwier. Het bleek een vrouwtje Grauwe klauwier (Red-backed shrike, Lanius collurio) te zijn die diep in een haag haar veren zat te poetsen. Ik liep het veld achter de haag in, vol stekelige struiken om haar beter te kunnen bekijken, toen ik verderop het hoge piepen en sissen van een aantal bedelende jongen hoorde. Vrijwel direct zag ik ook het mannetje met zijn donkere Zorro-masker. Hij vloog af en aan om de hongerige, net uitgevlogen jongen, van insecten te voorzien. Grauwe klauwieren zijn echte carnivoren en profiteren van het mooie weer; het aantal jongen dat succesvol het nest verlaat neemt toe in droge warme zomers. Ze eten kevers, bijen, wespen, en libellen en soms een onfortuinlijke muis of een vogeltje. De chitine en andere onverteerbare resten braken ze uit in de vorm van braakballen zoals te zien is op twee van de onderstaande foto’s.

Deze fraaie en zeldzame zangvogel is hier maar kort. De jongen zijn drie weken na het uitvliegen zelfstandig en de ouders staan dan alweer op het punt van vertrekken. In augustus verlaten de eerste Grauwe klauwieren Nederland om in zuidoostelijke richting Europa te doorkruisen, via de Griekse eilanden de Middellandse zee over te steken en met rustpauzes in Noord-Afrika en de Sahel uiteindelijk in november aan te komen in hun overwinteringsgebieden in zuidoostelijk Afrika. In het voorjaar vliegen ze via een meer oostelijke route terug over het Arabisch schiereiland en Turkije om via de Bosporus en het Europeese continent in mei in Nederland te arriveren om met het bouwen van een nest de cyclus te hervatten; Pedersen L et al., Avian Biology 2020. http://dx.doi.org/10.1111/jav.02475

Nadat in de vorige eeuw de aantallen Grauwe klauwieren in Nederland enorm daalden, is er de laatste 20 jaar weer een toename te zien naar nu 800-1000 paren. In Drenthe, de Veluwe en Zuid-Limburg komen de meeste Grauwe klauwieren voor. De kuststrook heeft vooralsnog niet kunnen meegenieten van het herstel. Rond Den Haag wordt slechts een enkele Grauwe klauwier op doortrek waargenomen.