Selecteer een pagina

Vorige week waren we op Texel en had ik me voorgenomen om de Zwarte zeekoet (Black guillemot, Cepphus grylle) die al 3 maanden rondzwemt in de haven van Oudeschild, te fotograferen bij het eerste ochtendlicht. Voor dag en dauw stond ik aan de havenmonding uitkijkend over de Waddenzee. Zo vroeg was het er nog uitgestorven, het zachte kabbelen van de zee werd alleen onderbroken door het in de verte roepen van een meeuw. Het opkomen van de zon op zo’n stille winterochtend heeft iets magisch. Terwijl het achter me in het westen nog donker was en de zon voor me nog onzichtbaar, lichtten de wolken al rood op in afwachting op wat komen ging. Met mij op de havenkade snelde de aarde met een vaartje van zo’n 1000 km/uur ongehinderd oostwaarts om haar as en kreeg ik langzaam de zon in beeld die uit zee leek op te stijgen en de horizon in vuur en vlam zette. Door de lichtbreking in de atmosfeer eerst nog schijnbaar afgeplat en donker rood-oranje veranderde de zon al snel in een oogverblindende bal die met warmte het daglicht bracht. Zo kan een dag niet meer stuk!

Nu de zon op was kon ik op zoek naar de Zwarte zeekoet, welke ik na een half uurtje in de jachthaven vond. Liggend op een steiger kon ik hem vereeuwigen terwijl ie zijn verenpak schoonpoetste en opschudde voordat hij van me wegzwom en op jacht ging naar een ontbijtje van verse vis. Toen ik hem in januari zag, was deze zeldzame wintergast nog vooral wit. Nu leverde hij langzaam zijn witte winterpak in, in ruil voor de zwarte smoking die hij gewend was in de zomer te dragen. Een zomer die hij vast weer zou delen met duizenden soortgenoten ergens op een rotspunt ver noordelijk van hier.

NB. Het vlekje rechts onder het midden van de zon op de eerste foto is niet een vuiltje, maar een heuse zonnevlek (#12960), een minder hete plek in de zonneatmosfeer als gevolg van sterke magnetische activiteit ter plekke. Er zijn momenteel veel zonnevlekken zichtbaar, op weg naar het verwachtte 25e zonnemaximum in 2025! Elfstedentochten kennen een sterke relatie met de minima in deze 11-jarige cyclus. De ijzers kunnen dus hoogstwaarschijnlijk helaas voor even het vet weer in!

De laatste foto toont de Zwarte zeekoet met zijn witte winterbuikje van 1 januari j.l..