Selecteer een pagina

Duikers, daar heb ik iets mee, ze fascineren, ze hebben iets mysterieus. Dat schreef ik eerder al bij de waarneming van de Geelsnavelduiker in Januari van dit jaar in Stellendam (https://www.jaapvuijk.nl/onrust/). IJsland is het broedgebied van twee van de vier duikers; de IJsduiker (Great northern loon, Gavia immer) en de Roodkeelduiker, de kleinste van de vier duikers (Red-throated loon, Gavia stellata).

’S winters is de Roodkeelduiker frequent voor de Nederlandse kust te zien. Soms, op heldere dagen, zijn er honderden ver op zee vanaf de Scheveningse havenhoofden waarneembaar. Met snelle vleugelslag, de lange nek uitgestrekt, de poten in het verlengde van het lijf, vliegen ze afhankelijk van de mate van tegenwind laag of tot 10-15 meter boven de golven, wit oplichtend, in hoog tempo zuidwaarts. Ze zijn hiernaartoe afgezakt vanuit hun broedgebieden in Schotland, Scandinavië of nog noordelijker rond de poolcirkel zoals in IJsland. Op de Noordzee en de Atlantische oceaan brengen ze de winter door in hun weinig opvallende winterkleed met hun grijsbruine rug en witte buik. Maar weinig zie je ze landinwaarts. Net als de andere duikers, blijven roodkeelduikers mysterieuze en schuwe beesten, vaak met hun kop wat opgeheven, de snavel in de wind. Soms óp het water drijvend, soms half in water verscholen met slechts hun nek en staart zichtbaar. Zo onbeholpen als ze zich op het land bewegen, zo gracieus zijn ze in het water. Duiken doen ze geruisloos, ze zakken wat en glijden moeiteloos de diepte in op zoek naar vis, garnalen en krabbetjes.

In de lente ondergaan duikers en dus ook de roodkeelduikers, een ware metamorfose naar een mooi strak grijs verenkleed met fraaie verticale witte strepen in de nek en een donkerrode bef. Ze broeden in Scandinavië en ook hier in IJsland, niet aan zee, maar op kleine meertjes in het binnenland. In winterkleed heb ik de roodkeelduiker nog nooit mooi van dichtbij kunnen zien of fotograferen, laat staan in zomerkleed. Maar hier zou met de reis naar IJsland verandering in komen.

In het noorden van IJsland hadden we geluk. Op onze weg terug naar Reykjavik tijdens een korte stop bij het plaatsje Blönduós aan de kust zwom er een Roodkeelduiker in de monding van de gletsjerrivier de Blanda. De bron van de rivier ligt bij de 1068 meter hoge Blágnípa ten westen van de Hofsjökull gletsjer, de op twee na grootste gletsjer van IJsland. De Blanda is vanwege de sedimenten die het meevoert vanaf de gletsjer melkblauw van kleur en rijk aan zalm. Het was een schitterend plek met uitzicht over de rivier zoals deze uitmondde in de Noordelijk Atlantische oceaan met 50 km hierachter aan de horizon de besneeuwde toppen van de weinig bewoonde noordwestelijke regio van IJsland; de Westfjorden. Aan de oever van de Blanda op de rotsen liggend, met mijn camera bijkans in het water, liet de alerte Roodkeelduiker zich mooi vanaf het wateroppervlak fotograferen alvorens zij zich met de sterke stroming liet meevoeren en langzaam richting de Atlantische oceaan verdween (NB. De nestfoto is van een Roodkeelduiker die we zagen op Snaefellsnes bij Ólafsvik).

In diezelfde week zagen we op de Blanda ook een IJsduiker in zijn schitterende zomerkleed. Helaas was deze maar kort te zien alvorens hij met een lange duik uit het zicht verdween. Om de IJsduiker echt goed te zien zullen we dus nog een keer naar IJsland moeten terugkeren!